Steenbokken

Steenbokken

Al vele jaren wonen de zeven Alpensteenbokken in het Eifelpark. Ze leven in een groot, natuurlijk verblijf in het geliefde wildpark nabij Koblenz waar ze ook afzonderingsmogelijkheden hebben. Als bezoeker kunt u middendoor het verblijf wandelen en de trotse dieren vanop een korte afstand bewonderen terwijl ze klimmen, eten en lui liggen te slapen. De machtige chef-steenbok toont zich graag op een rots of tijdens het beklimmen van een steile rotswand. De leider is steeds een mannelijke steenbok. De steenbokken vermeerderen zich elk jaar in het Eifelpark. De jonge dieren blijven tijdens hun eerste geboortejaar aan de zijde van hun moeder. Ze worden in een soort “kleuterschool” opgevoed, waarbij meerdere jonge dieren een groep vormen en het klimmen op een speelse manier leren. Dat is een amusant zicht voor alle families in ons avonturenpark in de Eifel.

Steenbokken behoren tot de familie van de geiten. Ze zijn echte klimartiesten: in de hooggebergteregio’s van de Alpen leven ze in een steil en ontoegankelijk gebied en komen ze ook rond met karig voedsel.

Uiterlijk
De steenbokken zijn ongeveer even groot als geiten en meten van kop tot romp één tot anderhalve meter en zijn 70 cm tot een meter hoog. De wijfjes – ze worden ook steengeit genoemd – wegen ongeveer 50 kg, de mannetjes 80 – 125 kg. Steenbok-mannetjes hebben bovendien, zoals geiten, een korte sik.

Terwijl de wijfjes enkel korte, ongeveer 20 cm lange hoorns hebben, zijn die van de mannetjes tot een meter lang, tot 15 kg zwaar en licht naar achter gebogen. Aan de hoorns van de dieren kan men zien hoe oud ze zijn.

Leefgebied
Steenbokken zijn dieren van het hooggebergte: ze leven boven de boomgrens op 2500 – 3500 meter hoogte en houden van rotsachtige regio’s met losse stenen waarin enkel nog wat struikgewas groeit. De steenbokken zijn echte klimhelden omdat ze hun klauwen kunnen spreiden en daarmee een perfecte houvast in de bergen hebben.

Voedsel
De steenbokken zijn sobere herkauwers. Ze voeden zich voornamelijk met kruiden, knopjes en zachthout. In de winter voeden ze zich ook met sappige boomschors, mossen en grassen.