Rotwild im Eifelpark

Roodwild

In het Eifelpark leven op het moment drie verschillende soorten herten – sika-, dam- en edelherten. De edelherten zijn de sterksten en worden daardoor „de koningen van het bos“ genoemd. Ze leven in ons wildpark nabij Bitburg in een ongeveer 11 hectare groot natuurlijk verblijf, dat zich voor het verblijf van de roofvogels bevindt. Edelherten behoren tot de familie van de hertachtigen en zijn zogenaamde hoofdwapendragers. Deze gevaarlijk klinkende naam verwijst naar het typische kenmerk van deze ongevaarlijke zoogdieren: naar het geweldige gewei van de mannetjes waarmee ze in de paartijd hun concurrenten intimideren en hun gebied verdedigen. De rangorde wordt in de zomer op een speelse manier uitgevochten. In de herfst voor de bronsttijd wordt het plaatshert bevochten die dan de leider wordt. Ook de vrouwtjes hebben een eigen rangorde. Hier heerst meestal het oudste en meest ervaren vrouwtje. De jonge dieren in het verblijf zijn tijdens de eerste drie weken niet te zien en leven daarna in een soort „kleuterschool“ die door een jong dier van het jaar daarvoor worden verzorgd. Bij een daguitstap naar het mooie wildpark in de Eifel kan men heel veel van deze dieren ontdekken.

Uiterlijk
De naam edelhert verwijst naar de vacht van de dieren die in de zomer zeer roodbruin van kleur is. In de winter is ze daarentegen grijsbruin. Aan de romp dragen ze onder de staart een grote witte of geelachtige vlek, de zogenaamde spiegel.

Edelherten zijn bij ons de grootste zoogdieren: ze hebben een kop-romplengte van 1,6 – 2,5 m en een schouderhoogte van 1 – 1,5 m, de kleine staart is 12 – 15 cm lang en ze wegen tussen 90 en 350 kg.

Het gewei van het edelhert groeit voortdurend. Daaraan kan men de leeftijd van het dier herkennen. De mannelijke jonge dieren dragen enkel een stang als gewei en worden daarom spieshert genoemd. Elk jaar in maart/april werpt het edelhert zijn hele gewei af. Dat groeit dan met extra enden opnieuw bij. Het gewei van een ouder dier kan tot 24 enden krijgen.

Leefgebied
Edelherten hebben grote, uitgestrekte bossen met open plekken nodig om zich goed te voelen. Ze zijn echter ook te vinden in gebergtebossen alsook in heide- en moerasgebieden.

Voedsel
Edelherten eten grassen, kruiden, bladeren, en scheuten van bomen en struiken, paddenstoelen, vruchten en schors.